Mijn belangrijkste les na 12 jaar dialoog

In 2002 ben ik gestopt met mijn werk als trainer en opleider in organisaties. Ik wist dat het tijd was om iets nieuws te gaan doen, maar ik wist nog niet wat dat nieuwe was.

Kort nadat ik gestopt was deed iemand mij het boek van Jack Zimmerman en Gigi Coyle “The Way of Council” cadeau. Het beschrijft hoe de auteurs op scholen in Californië werken met dialoogvormen, die oorspronkelijk bij ‘Native Americans’ vandaan komen. Ze doen dialogen in schoolklassen, met docententeams, met schoolbesturen, met ouders, docenten en leerlingen samen, en bouwen daarmee aan een sfeer van wederzijdse acceptatie en samenwerking.

Het lezen van dit boek betekende voor mij het begin van een nieuwe loopbaan als dialoogbegeleider. Ik heb in die tijd trainingen gevolgd bij andere dialoogbegeleiders, zoals Christina Baldwin, Martina Hartkemeyer en Phil Lane. Maar ik ben vooral zelf aan de slag gegaan met dialoog in bedrijven en andere organisaties, in de zorg, in de kunstensector, in oude stadswijken, bij de politie, in woongemeenschappen, in interculturele en interreligieuze organisaties, in het onderwijs, in de transitiebeweging en nog zo wat meer.

Van 2008 tot 2014 heb ik samen met Eelco de Geus vijf opleidingsgroepen voor dialoogbegeleiders gegeven. We hebben een boek geschreven over onze ervaringen met dialoog en met de opleiding voor dialoogbegeleiders.

Ik heb in die 12 jaar geleerd, dat de dialoog pas echt op gang komt als er ruimte is voor alle verschillen die er zijn tussen de mensen in de groep. De dialoogaanpak helpt om die ruimte te maken: er wordt echt naar elkaar geluisterd, er wordt niet gestreden over wie er gelijk heeft en wie niet, afwijkende meningen worden verwelkomd als bijdrage aan het geheel.

Maar het allerbelangrijkste is dat ieder lid van de groep zichzelf volledig serieus neemt. Dat elke deelnemer de moed heeft om zich in te brengen, precies zoals hij is. Dat we ons niet een beetje anders voordoen dan we zijn, om maar geaccepteerd te worden door anderen. Dit gaat over eigenheid. Als ieders eigenheid zichtbaar mag worden ontstaat er flow in een dialooggroep. Een sfeer van co-creativiteit, waarin groepen en teams tot bijzondere resultaten komen.

Sinds 2014 merk ik dat mijn werk langzaam begint te verschuiven. Ik begeleid minder dialogen en werk meer met coaching, gericht op het ontdekken en tot uitdrukking brengen van iemands eigenheid. Ik heb er veel plezier in om dat werk te doen. Het voelt als een aspect van míjn eigenheid om hiermee bezig te zijn. Deze ervaring maakt duidelijk dat eigenheid niet statisch is, maar dynamisch. De vorm waarin iemands eigenheid tot uiting komt verandert als iemand zich verder ontwikkelt en als de levensomstandigheden veranderen.

Relatie-kwaliteit en Eigenheid

lees meer

Heb jij een mannelijk of een vrouwelijk hart?

Eén van de inspiratiebronnen voor mijn werk als coach is Christian Pankhurst, de oprichter van Heart I.Q. Hij maakt onderscheid tussen het masculiene en het feminiene hart.

Mensen, mannen én vrouwen, die een overwegend masculien hart hebben, ervaren een sterke drijfveer om een bijdrage te willen leveren aan het leven en welzijn van anderen. Ze willen vanuit hun kwaliteiten, hun vaardigheden en hun wijsheid graag iets betekenen voor anderen. Het geeft hun leven betekenis om een ‘purpose’ te hebben, een groter doel buiten zichzelf. Er is een gerichtheid naar buiten. Dat hoeft niet ver weg te zijn. Het kan gericht zijn op mensen in je naaste omgeving, je familie, je buurt, de collega’s op je werk. Het kan ook gericht zijn op iets dat verder weg ligt: een bijdrage leveren aan de samenleving, bijdragen aan hervormingen in het onderwijs, een nieuw medicijn willen ontdekken, of wat dan ook.

De diepe verlangens van vrouwen en mannen, die een overwegend feminien hart hebben, zijn minder naar buiten gericht. Zij zijn primair geïnteresseerd om aandacht te geven aan hun eigen leven. Ze zijn bezig met persoonlijke ontwikkeling, met het ontdekken van hun eigen essentie. Ze zijn geïnteresseerd in relaties als ruimte voor persoonlijke groei. Ze zijn meer bezig met ‘zijn’ dan met ‘doen’. Ze leveren ook een bijdrage aan het welzijn van anderen en aan de samenleving, maar meer door wie ze zijn -door hun ‘beingness-‘ dan door de projecten, waar ze aan werken.

Gemiddeld genomen hebben mannen vaker een masculien hart en hebben vrouwen vaker een feminien hart. Maar er zijn ook heel veel mannen met een meer feminien hart en heel veel vrouwen met een meer masculien hart. Er zijn ook mensen bij wie het masculiene en het feminiene deel van hun hart behoorlijk in evenwicht zijn. Door het werken met Christian ontdekte ik dat mijn hart primair een feminien hart is. Zijnskwaliteiten en verbinding staan voor mij voorop. Ik merk dat het bevrijdend werkt om dat te accepteren van mezelf. Ik hoef niet meer zo bezig te zijn allerlei doelen buiten mezelf na te streven; daar ligt niet de prioriteit in mijn leven. Ik ben altijd veel met allerlei op zich waardevolle doelen bezig geweest. Ik begrijp nu ook beter waarom veel van die doelen nooit helemaal uit de verf gekomen zijn. Mijn ware passie lag in wezen altijd ergens anders. Het is niet helemaal nieuw voor me om dat te ontdekken, maar ik kan het nu vollediger accepteren. En dat geeft me veel rust.

Ieder mens heeft zowel een gerichtheid naar binnen als een gerichtheid naar buiten. Maar voor verschillende mensen ligt de prioriteit anders. Voor het masculiene hart ligt de prioriteit bij het leveren van een bijdrage aan de wereld. Die bijdrage kan alleen effectief en duurzaam zijn als het masculiene hart zich kan verbinden met de feminiene kant in zichzelf. Dat wil zeggen: als die bijdrage gevoed wordt door een sterke verbinding met het eigen innerlijke leven, met ‘beingness’. Anders gaat het leven, de levendigheid eruit. Daarom zal het masculiene hart ook aandacht moeten geven aan de eigen innerlijke ontwikkeling.

Voor het feminiene hart ligt de prioriteit bij het ‘in verbinding zijn’, in verbinding met jezelf en in verbinding met anderen. Dat wil niet zeggen, dat er helemaal geen behoefte is aan het hebben van een doel buiten zichzelf. Ook het feminiene hart levert een bijdrage, maar meer door wie het is, dan door wat het doet. Het is een inspiratiebron voor anderen, een bron van ‘empowerment’. Het laat zien hoe verrijkend het kan zijn voor ieders leven, als je leeft vanuit verbinding met jezelf en met je eigen waarheid. Het betekent veel voor anderen als je werkelijk in contact bent met jezelf en met anderen. Zelf merk ik dat vanuit mijn verbinding met mijn feminiene hart, zich ook nieuwe doelen aandienen in mijn leven. Ik wil graag een ‘elder’ zijn voor anderen, een oudere wijze. Ik wil graag vanuit mijn levenservaring, die ik vaak met vallen en opstaan heb vergaard, een inspiratiebron zijn voor anderen, een spiegel voorhouden en anderen de ruimte laten om voor zichzelf te kijken wat ze daarmee willen doen. Ik doe dat onder andere in mijn werk als (relatie)coach en als Human Design adviseur.

Zelf-acceptatie is de basis van alles. Een masculien hart is niet beter dan een feminien hart of omgekeerd. Maar in onze cultuur wordt het een soms wel hoger aangeslagen dan het andere. Doelen stellen en doelen bereiken heeft vaak een hoge status. Het werkt bevrijdend als je onafhankelijk daarvan je eigen waarheid kunt ontdekken en accepteren. Heb jij een mannelijk of een vrouwelijk hart? Hoe geef je daar de ruimte aan in je werk en in je leven? En welke obstakels kom je daarbij tegen? Ik hoor het graag van je.

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.  |  015 - 28 55 219  |  Glazenmakerstraat 19  |  2645 KX Delfgauw
Werkadres: Coachhuis Delft  |  Marshalllaan 2  |  2625 GZ Delft  kleine facebook